Kerstmis: Het feest van de komende

Door: Guus Timmerman

Het kerstfeest begint op 25… maart. Dan is het Maria-Boodschap: Maria krijgt van de engel Gabriël te horen dat zij een zoon zal krijgen. Ook hoort ze dat haar oudere nicht Elisabeth zwanger is en al in haar zesde maand is. Drie maanden later wordt Johannes geboren, de latere Doper. Het is dan 24 juni. Negen maanden na Maria-Boodschap wordt Jezus geboren. Op de achtste dag wordt hij besneden, 1 januari: Maria, Moeder van God. Op 6 januari komen de drie wijzen het kind eer bewijzen: Driekoningen. Op de veertigste dag van zijn eerste levensjaar wordt Jezus opgedragen aan God en door Simeon het ‘Licht van de volken’ genoemd. Het is dan 2 februari: Maria-Lichtmis.
Kerstmis is zo het feest van de geboorte van Jezus en minstens evenzeer het feest van zijn moeder Maria. De gebeurtenissen uit het eerste jaar voor en na Jezus’ geboorte worden herdacht. Alsof wij historische gebeurtenissen herdenken, gebeurtenissen die 2000 jaar geleden hebben plaatsgevonden. Daar horen nog bij: de kindermoord in Betlehem: 27 december – ‘Onnozele kinderen’, de doop van Jezus: de zondag na 6 januari, en de dood van de eerste martelaar, Stefanus: 26 december.

Advent – Kerstmis – Epifanie

De eerste twee eeuwen hebben christelijke gemeenten jaarlijks alleen Pasen gevierd. Het kerstfeest bestond niet. Pas in het begin van de vierde eeuw is er sprake van Kerstmis. En wel op 25 december, de dag waarop het heidens feest van de geboorte van de ‘Onoverwinnelijke Zonnegod’ werd gevierd. Iets eerder was in Egypte het feest van Epifanie opgekomen, waarin meerdere motieven samen kwamen: de doop van Jezus, zijn geboorte, de aanbidding door de wijzen, zijn eerste wonder in Kana. Al die motieven duiden op de verschijning van God in de gestalte van een pasgeboren mensenkind: ‘Verschenen is de mildheid en de trouw van onze God’. Eind vierde eeuw worden Kerstmis en Epifanie in vrijwel alle kerken gevierd. Nog weer later wordt de Advent toegevoegd. In de westerse kerk is van de diverse motieven van Epifanie uiteindelijk alleen de aanbidding door de wijzen overgebleven. In de oosterse kerken is Epifanie het eigenlijke kerstfeest gebleven.
Op de vierde zondag voorafgaand aan 25 december begint de Advent. Deze naam is afgeleid van een Latijns woord dat ‘aankomst’ betekent. In de adventstijd vieren we de geboorte van Jezus als: God komt eraan! De ‘mildheid en de trouw van onze God’ komt bij ons aan! Godzijdank wil God in onze wereld onder ons komen wonen! Jezus is de Komende, die gekomen is – toen, in Betlehem – en komen zal – in de toekomst, als het licht dóórbreekt en de vrede gevestigd wordt. Eigenlijk liggen Advent en Epifanie dus in elkaars verlengde.

Adventskrans – Kerstkribbe – Driekoningen

Als de Advent aanbreekt, komt de adventskrans op tafel. Een krans van groene dennentakken -symbool van leven – met een paars lint – kleur van bezinning – en vier kaarsen.
Op elke Adventszondag wordt een kaars meer aangestoken. Als Kerstmis dichterbij komt, wordt ook de kerstboom opgezet. Men zegt dat het een oud-Germaans gebruik is: bij de zonnewende in de midwinter werd een groenblijvende boom met licht versierd. Dit symboliseerde de overtuiging dat het leven de dood overwint in deze heilige nacht. In deze nacht brengen planten en dieren dan ook hulde aan hun Schepper.

Op kerstavond wordt de adventskrans vervangen door de kerstkribbe. Bij ons thuis wordt dan ook pas de kerstboom opgetuigd. Al heel vroeg in de christelijke geschiedenis is men de plaatsen uit Jezus’ leven, gaan bezoeken en vereren. Ze werden ook afgebeeld en nagebouwd. In de Middeleeuwen gaat men gebeurtenissen uit Jezus’ leven naspelen. Franciscus laat in 1223 het kerstverhaal in een grot naspelen, met een os en een ezel. In de tijd daarna hebben zijn volgelingen, de Franciscanen, eraan bijgedragen dat kerstkribbe en kerststal overal ingang vonden. Ze blijven staan tot Driekoningen – of Maria-Lichtmis. Op Maria-Lichtmis begint de ‘mis’ met een lichtprocessie. Thuis worden alle kaarsstompjes uit de kersttijd opgebrand. Er is ook een traditie die Maria-Lichtmis ziet als de afsluiting van de periode die begint met een ander licht-feest: Sint Maarten.

Ook het verhaal van de aanbidding door de wijzen is men gaan spelen. Sinds de vijfde eeuw noemt men de wijzen ‘koningen’ en sinds de zesde eeuw hebben ze de namen Balthasar, Caspar en Melchior. Melchior is een grijsaard, die goud aanbiedt. Caspar is zwart, jong en baardloos en zijn geschenk bestaat uit wierook. Balthasar draagt een volle baard en geeft mirre. Goud, wierook en mirre duiden op het koningschap, de godheid en het lijden van Christus. Rond het kerkelijk feest zijn allerlei gebruiken ontstaan. Bijvoorbeeld dat de kinderen met een ster in de hand van huis tot huis lopen en kerstliederen zingen. Of de processies waarin men met veel lawaai de demonen probeert te verdrijven die in de donkere dagen rond Kerst relatief vrij spel hebben. Of het gebruik om, samen met het jaartal, de eerste letters van de namen van de drie koningen op je deur te zetten: 20+C+B+M+18: ‘Christus benedicat mansionem’, moge Christus dit huis zegenen! Hij is gekomen!