(Toch) verder door Italië?!

Bongiorno Brandpunters,

Afgelopen zaterdag, net voor Pinksteren, passeer ik na een prachtige reisdag met fiets, trein en weer fiets (van Thur, via Thusis en St Moritz) de Italiaanse grens. Ik heb dan al 1470 km in de benen en ben inmiddels 8 landsgrenzen gepasseerd. Bella Italia, ik ben er, echt! Nou ja, nog lang niet in Rome natuurlijk 😉, maar toch.
In het oude centrum van Chiavenna vind ik een idyllische B&B, met lieve gastvrouw. Zondag mag ik tot na 12en op de kamer blijven, om zo de Brandpunt Pinksterviering mee te kunnen vieren. Zoo bijzonder om me zo ver weg, toch zo dichtbij en verbonden te voelen met jullie! En in eigen taal mee te kunnen zingen & bidden: ‘Waai nu Geest waai’. Want wat heb ik die Geestkracht nodig bij het vervolg van mijn pelgrimstocht!!

Vandaag ben ik 4 weken onderweg en ik vind het on-voor-stel-baar zwaar de laatste week. M’n lijf begint steeds meer te protesteren, ik ben echt moe merk ik, de weg is ook letterlijk met heel veel kuilen en hobbels & stenen. En een slaapplek vinden is elke dag een avontuur, maar ook een uitputtingslag na al een lange, warme fietsdag!

En dan zijn er alle keuzes op een dag: kies ik de kortste route of de langere met meer natuurschoon, kies ik voor vlak fietsen (langs een rivier bijv. maar vaak met veel wind ook), of voor meer klimwerk, zal ik in deze plaats een slaapplek zoeken of fiets ik nog even verder? En kies je het één, dat kan het andere dus niet. De consequenties die horen bij die keuze, moet je ook dragen.

Boven alles geldt: zorg dat je gegeten & gedronken hebt en even wat rust genomen hebt, voordat je een beslissing neemt. Alleen dan kun je helder denken!

Gister kwam ik na ruim 80 km fietsen al om 15.00 aan in Brescia, een stad tussen het Lago d’Iseo en Lago di Garda in. Genoeg gefietst en nog genoeg tijd & energie over om zaken te regelen, dacht ik. Het makkelijkst is om dan bij de VVV naar een hotel of B&B te vragen. Maar ik voel me al zoo weinig pelgrim (zonder andere pelgrims te ontmoeten en zonder herbergen) en ik kan het ook gewoon niet betalen, elke dag een hotel. Mijn plan is dus: een stempel van de kathedraal zien te bemachtigen, een slaapplek in een klooster of bij religieuze instelling vinden. En tenslotte ook op zoek naar een osteopaat of fysiotherapeut, want mijn lijf vraagt om behandeling van slokdarm/maag en rug. Want als je niet goed kunt eten met maagpijn, kun je ook niet inspannen!

De VVV verwijst me naar de pastoor/priester die in de kathedraal aanwezig moet zijn, voor een stempel in mijn credential. Hem moet ik dan ook maar vragen naar een slaapplek.

Het adres van een osteopaat in Brescia had ikzelf al gevonden via internet. En op de kaart blijkt dat het adres niet ver van het centrum vandaan is. Dus ik ga het allemaal proberen, met mijn bepakte fiets de stad Brescia verder in.

Als de pastoor klaar is met de biecht afnemen, vraag ik hem om een stempel en een slaapplek. Hij verwijst me naar de sacristie voor beiden. Ik vind de sacristie en de stempel is gauw geregeld. Voor de slaapplek, moet ik weer verder, hij verwijst me naar zusters naast de St Maria kerk.

Door de nauwe straatjes duw ik mijn fiets verder omhoog. Als ik het adres gevonden heb, moet ik na 17.00 maar terugkomen, is de mededeling. Prima, dan kom ik later terug. Dan eerst maar naar de osteopaat om te vragen of hij vandaag of morgen tijd heeft.

Met de plattegrond in de hand en een paar keer vragen, vind ik uiteindelijk de praktijk. Fiets op slot, dan wat trappen op en maar gewoon aanbellen. De deur gaat open en ik wacht rustig, totdat de osteopaat een van zijn patiënten uit laat.

Met een medisch verslag in ‘t Engels & Frans in de hand vraag ik hem of hij tijd zou hebben om deze pelgrim, onderweg naar Rome, te helpen. Hij overlegt even zijn collega en dan moet ik maar meteen blijven, want er is om 17.45 al plek. Oeps, daar sta je dan in je bezwete fietskloffie en met je blote billen in je fietsbroek he. Zo wil ik die behandeltafel niet op hoor, maar super natuurlijk dat ze me willen helpen!

Gauw ren ik de trappen weer af naar beneden. Trek een onderbroek, korte broek en shirtje uit m’n fietstas en vis m’n toiletspullen eruit. Op het toilet van de osteopaat fris ik me gauw wat op. Lachend kijk ik mezelf daar aan, zo voor de spiegel: jij wou avontuur Mary, nou dit IS avontuur toch?!

Ik krijg een prima behandeling van een rustige, vriendelijke therapeut. Hij weet niet wat hij leest (mijn med. voorgeschiedenis en mijn geboortedatum in mijn paspoort), maar heeft des te meer respect voor me. Waarschijnlijk omdat je zoveel fietst zegt hij, dat je er zo goed uitziet en dit toch allemaal kan. Ik denk dat mij vooral veel innerlijke kracht, veer- en stuurkracht gegeven wordt. Maar ik bedank hem hartelijk voor de behandeling, betaal hem goed en hoop echt dat het effect mag hebben. Want beter kunnen eten, is meer energie hebben en dat heb ik heel hard nodig, de komende lange weg nog.

Ik fietst weer terug naar het centrum. Om kort te gaan, ik moet met bepakte fiets nog 3 kerkelijke plekken langs in Brescia, om een plek voor de nacht te kunnen vinden. Het is 20.30 als ik bij Casa S. Angela een bed, water, brood en wat fruit krijg aangeboden. Ik ben eigenlijk te moe om nog te eten, maar een douche en bed zijn heel erg welkom. Om 21.45 sluit ik de luiken van de kamer in het convent en ook van ‘mijn eigen kamer’. Ik heb in Brescia gekregen wat ik graag wilde, maar wat heeft het me ook ontzettend veel gekost!

Waarom dan toch, wat maakt het dit dan toch allemaal waard?? De mountainbiker die graag een stukje met me mee wil fietsen, een duim omhoog van een groepje racefietsers die met hun snelle lichte fietsen wel respect hebben voor deze vrouw alleen onderweg met zoveel bepakking, de eekhoorntjes of jonge konijntjes die mijn pad kruizen, het leuke gesprekje bij de veerpont, het bankje in de schaduw van een boom aan het prachtige meer om even te pauzeren, de fanfare die onder mijn raam voorbij trekt of het gezellige wandelevenement met Pinksteren waar ik midden in beland, de zusters die voor me zullen bidden, de vriendelijke werkers langs de slechte Italiaanse wegen die mijn fiets er wel even langs of overheen tillen, enz. Dat zijn de verrassingen op mijn pad waardoor ik het volhoud, weer even vleugels krijg! Dit is wel voelen dat je leeft!!

Vanmorgen moet ik 4 uur wachten op de trein naar Desenzano, waarin mijn fiets ook mee mag. Met mijn ogen steeds ook op Santos gericht, benut ik de tijd dan maar om mijn ervaringen met jullie te delen.

Ik wil ff niet meer klimmen deze dagen, maar zoek vanmiddag en morgenochtend wat rust aan het Gardameer. Echt even luisteren naar mijn lijf dus! Morgen zoek ik een Italiaan op in Padua, ik ontmoette hem 6 jaar geleden onderweg naar Santiago. Een wasmachine kunnen draaien, even wat gezelschap weer om me heen, het lijkt me heerlijk! En dan hoop ik dat ik na een paar dagen de moed weer vind, om vanaf Mantova de fietsroute weer op te pakken. Het is ‘nog maar’ 300 km naar San Gimignano in Toscane, dan zouden er 2000 kilometers op mijn teller staan.

We zien het wel, hoever ik nog kom. Maar alles is goed, echt, nu al. Wat een vrijheid!

Hartelijke groet en tot later weer, Mary