Vieringen in de Goede Week

Voor de tweede keer beleven we de Goede Week in corona-tijd. Een vreemde gewaarwording, die de vieringen mogelijk ook meer diepte geeft dan anders. Woorden die we onder andere omstandigheden misschien niet zo direct op onszelf zouden betrekken , zoals duister en gebrokenheid, kunnen nu raken aan wat ons in deze tijd zwaar viel, pijn deed. En het licht dat doorbreekt in de Paaswake zal nog meer het licht zijn waar we naar uitzien, het bevrijdende licht dat ons zicht geeft op leven, opnieuw. Op opstaan, en met nieuwe moed en nieuwe hoop op weg gaan.

Het thema van de doorlopende viering op Witte Donderdag , Goede Vrijdag en de vooravond van Pasen is:  “… en de boom bloeit”, naar de titel van de kruisweg van Anne van Buul en Janneke Nijboer. In de staties van deze kruisweg wordt het kruis dat Jezus draagt en waaraan hij sterft weergegeven als een boom. Dat herinnert aan psalm 1, waarin de rechtvaardige vergeleken wordt met een bloeiende boom, geplant aan stromend water. Anne van Buul verwerkt met deze symboliek een oud christelijk thema in haar kruisweg, het thema van het kruis als de levensboom. Door de rechtvaardige, die sterft aan het kruis, wordt datzelfde kruis een bron van leven. Een boom die bloeit, om ons leven tot bloei te brengen.

Een rode draad door de vieringen is het “Lied voor de zevende dag” van Huub Oosterhuis, dat begint met de woorden: “Wek mijn zachtheid weer…” Een verstild lied dat om onze openheid vraagt: “…dat ik zie wat is, en mij toevertrouw…’. Als een terugkerend refrein neemt het ons mee, van Witte Donderdag naar het einde van de Paaswake, als het licht is doorgebroken.

We zullen de vieringen in de Goede Week in verbondenheid met elkaar beleven, of we nu in de kerkzaal aanwezig zijn of thuis meevieren. Vertrouwde rituelen zijn zo vormgegeven dat we allemaal deelgenoot zijn en evenzeer betrokken bij wat we gedenken en vieren.

Allen een goede week gewenst. Anna Walsma