Bij de viering van 18 oktober
Ik, ik, ik, lijkt God te zeggen in de Jesaja-lezing van deze zondag. Ik ben de Heer, er is geen ander, ik heb je bij je naam geroepen. Iedereen zal weten dat er niets is buiten mij. Er is geen ander die het licht vormt en het donker schept.
Hé? De meesten van ons hebben toch ergens geleerd in onze opvoeding om jezelf niet zo nadrukkelijk voorop te stellen. Nogal onbescheiden, deze God. Jaloers wordt hij ook wel genoemd. Gelukkig kunnen we in Jesaja ook uitzoomen, wat meer context lezen. In het hoofdstuk hiervoor is een lange waarschuwing voor het knielen voor wat je zelf hebt gemaakt. Voor een beeld van hout, waarvan de andere helft diende als brandstof. Als je tot God verklaart wat door mensenhanden is gemaakt en verhandeld, blijf je afhankelijk van macht en geld. Die maken niet vrij, ze nemen mensen in hun greep.
Of…? Toch is het heel onbarmhartig, heel onchristelijk, om de wereldse goederen niet eerlijk te verdelen. Om elkaar niet dat te gunnen wat iedereen nodig heeft en mensen tot hun recht laten komen.
In Mattheus zoeken de Farizeeën een probleem met Jezus en denken hem te kunnen vangen met een vraag over belasting.
Aan ons de vraag hoe wij tussen geld en goed, mensen uit één stuk kunnen blijven. Of worden.
Bernadette van Dijk

